Deze wielertoppers begonnen ooit als voetballer

Elf spelers, een bal en negentig minuten. Voetbal lijkt weinig te maken te hebben met uren fietsen over bergpassen en kasseien. Toch brachten verschillende wielerkampioenen een flink deel van hun jeugd op het voetbalveld door. Sommigen trainden zelfs bij bekende clubs en droegen daar de aanvoerdersband. Een toekomst als profvoetballer was voor hen jarenlang een serieuze ambitie.

Ook andersom stappen oud-voetballers na hun actieve loopbaan op de fiets, voor ritten op de weg of over onverharde gravelpaden. Wat maakt die overstap zo aantrekkelijk, en hoeveel hebben beide sporten eigenlijk gemeen?

De overstap is minder vreemd dan hij lijkt

Voetballers leren telkens opnieuw aan te zetten, hun evenwicht te bewaren in een duel en hun bewegingen te sturen. Daarbij bouwen ze rompstabiliteit op en leren ze situaties inschatten, samenwerken en doorzetten wanneer het pijn doet. Dat komt ook op de fiets van pas. Een voorsprong in de basis dus, maar geen garantie: bochten nemen, schakelen en veilig door een peloton bewegen vragen andere vaardigheden.

Vanaf de zijlijn zijn er eveneens overeenkomsten. Supporters kijken naar de vorm van hun favorieten, pluizen statistieken uit en bespreken welke tactiek kansrijk is. Een blessure of plotselinge weersverandering kan hun verwachtingen bijstellen. Voor sommige supporters maakt wedden op voetbal deel uit van de manier waarop ze de sport beleven. De sportieve nieuwsgierigheid herken je bij wielerfans die vooraf het parcours en de ploegopstellingen bestuderen.

Die gedeelde basis levert ondertussen heel verschillende loopbanen op. De een kiest nog voor zijn achttiende voor de fiets en groeit uit tot wereldkampioen. De ander rijdt pas zijn eerste wedstrijden nadat de voetbalcarrière is afgesloten. Bij Remco Evenepoel kwam de keuze vroeg, terwijl een toekomst als profvoetballer nog mogelijk leek.

Remco Evenepoel maakte de meest spectaculaire switch

Remco Evenepoel doorliep de jeugdopleiding van Anderlecht en speelde drie seizoenen bij PSV. Hij droeg de aanvoerdersband bij jeugdploegen, waaronder die van België. Trainers herinneren zich vooral zijn enorme uithoudingsvermogen en de vanzelfsprekendheid waarmee hij verantwoordelijkheid nam voor het team. Hij speelde als middenvelder of linksback en beschikte over een goede linkertrap.

Toch verdween gaandeweg het plezier. Blessures en een moeizamere periode op het veld maakten dat voetbal hem steeds minder voldoening gaf. In 2017 koos hij op zijn zeventiende voor het wielrennen. Een beginner die het rijden in een peloton nog moest leren, domineerde een jaar later de juniorenwedstrijden, een ontwikkeling die haast onwaarschijnlijk oogde. In 2018 werd hij wereldkampioen op de weg én in het tijdrijden. In 2019 stapte hij rechtstreeks over naar de profs.

Ook daar bleef het niet bij veelbelovende uitslagen. Evenepoel won de Vuelta, veroverde wereldtitels en behaalde olympisch goud op de weg en tegen de klok. Zijn voetbaljaren waren dus veel meer dan een jeugdhobby. Tot kort voor zijn eerste wielerwedstrijd werkte hij aan een heel andere sportieve toekomst, met trainingen, selecties en de druk om zijn plek te verdienen.

Ook andere kampioenen kwamen van het voetbalveld

Evenepoels razendsnelle opmars is uitzonderlijk, maar zijn voetbalverleden niet. Ook andere bekende kampioenen groeiden op met een bal aan hun voeten. Twee andere loopbanen tonen hoe verschillend de weg van het voetbalveld naar het peloton kan verlopen.

Greg Van Avermaet stond eerst tussen de palen

Greg Van Avermaet keepte in de jeugd van Beveren en ging pas rond zijn achttiende serieus wielrennen. Laat voor een toekomstige toprenner. Zelf zag hij zijn keeperstraining als een voordeel: de korte, explosieve inspanningen hadden hem snelheid en veelzijdigheid meegegeven. Hij werd olympisch kampioen op de weg (Rio 2016) en een van de grote namen in de klassiekers, zijn late keuze heeft zijn succes dus niet in de weg gestaan.

Van der Poel en Pogacar kozen uiteindelijk voor de fiets

Mathieu van der Poel combineerde voetbal met wielrennen en trainde bij de talentenschool van Willem II. Een individuele sport paste beter bij hem, omdat hij minder afhankelijk wilde zijn van ploeggenoten. Ook Tadej Pogacar vertelde dat hij jarenlang voetbalde voordat hij voor de fiets koos. Voor hem was dat een moeilijke beslissing. Zelfs deze wielertalenten legden zich dus niet vanaf het begin uitsluitend op één sport toe.

Na de laatste voetbalmatch begint soms een tweede sportleven

De omgekeerde route bestaat ook. Sommige profvoetballers gaan pas na hun laatste match serieus wielrennen. Jelle Van Damme is daar een voorbeeld van. De oud-verdediger van onder meer Ajax, Anderlecht en Antwerp vond in het gravelen een nieuwe uitdaging. Hij bleef niet bij ontspannen weekendritten, maar verscheen aan de start van grote wedstrijden, waaronder Unbound in de Verenigde Staten. Ook sloot hij zich aan bij de gravelploeg van Greg Van Avermaet. Het afzien spreekt hem aan, maar ook het plezier onderweg. Tegenover Ajax vertelde hij dat hij op de fiets alles vergeet en op plekken komt die hij anders nooit zou bezoeken.

Geoff Thomas had een heel andere aanleiding. De voormalige Engelse international kreeg na zijn profloopbaan leukemie. Na zijn herstel stapte hij op de fiets om geld in te zamelen voor onderzoek en behandelingen. Daarvoor reed hij meermaals het volledige parcours van de Tour de France, vooruitlopend op de profs. Alle etappes afleggen werd zo een persoonlijke uitdaging met een doel dat verder reikte dan sport.

De fiets kan dus een eerste loopbaan, een tweede wedstrijdleven of een nieuwe uitdaging bieden. Stoppen met voetbal betekent niet dat ook de sporter in iemand verdwijnt.

redactiebot
danny+ffredactiebot@depodcasters.nl
Geen reactie's

Geef een reactie