De zeearend: veruit de grootste roofvogel van Nederland

Sinds een aantal jaren broeden er weer zeearenden in Nederland. En het aantal broedparen neemt toe. De zeearend is een iconische vogel waar veel over gesproken wordt. Maar je ziet ze niet veel. Hoe dat komt en meer (semi)wetenswaardigheden over de zeearend.

Mijn eerste zeearend zag ik in de jaren 70 van de vorige eeuw in de Oostvaardersplassen, samen met vriend Bert. In de winter, heel ver weg. Blauwbekkend op de fiets op de Oostvaardersdijk, gewapend met een eenvoudige 8×40 verrekijker, zagen we een grote donkere vogel op het ijs zitten. Een aantal kleinere donkere vogels om hem of haar heen. Die laatste waren kraaien, die waarschijnlijk mee wilden eten. Een sensatie! Want je zag ze bijna nooit in Nederland.

Een zeearend zien blijft een sensatie, ondanks dat er tegenwoordig veel meer zijn in Nederland en ze hier sinds begin deze eeuw zelfs weer broeden. Eerst alleen een paar in de Oostvaardersplassen, daarna ook een paar in de Lauwersmeer. Sinds kort is de Biesbosch gekoloniseerd en dit jaar lijkt het Zuidlaardermeergebied ook in de prijzen te vallen.

De zeearend is veruit de grootste roofvogel die regulier voorkomt in ons land. Een vliegende zeearend is in alles imposant: groot, traag zwevend met af en toe zware vleugelslagen, de voor een roofvogel lange en dikke snavel recht vooruit, de robuuste klauwen klaar voor het grijpen van een prooi. Een buizerd zeg maar, maar dan in alles de overtreffende trap.

Helaas zie je ze niet vaak vliegen. Zoals vrijwel alle roofvogels zijn zeearenden liever lui dan moe. Dus alleen vliegen als het nodig is; voor eten zoeken, paarbinding, nestbouw en kinderen voeren. Omdat ze liever lui zijn dan moe, hebben zeearenden geen enkele moeite met het opeten van dieren die ze dood tegenkomen. Vandaar dat de Oostvaardersplassen een waar Luilekkerland is voor zeearenden (en vossen, raven, buizerds en nog veel meer voedselopportunisten) vanwege het grote aantal dode dieren aldaar. Je kent vast de discussie over het (gebrek aan) beheer in de Oostvaardersplassen, waar heel veel herten, paarden en koeien ingerasterd leven en dus ook dood gaan. Een vliegende zeearend zien in de Oostvaardersplassen valt dan ook niet mee. Het is niet heel heroïsch, aas eten, maar wel makkelijk.

De Verenigde Staten hebben de Amerikaanse zeearend (nauw verwant aan ‘onze’ zeearend) als nationaal symbool geadopteerd. Ongetwijfeld vanwege de imposante en krachtige uitstraling. Foto’s van vuilnisbelten met tientallen zeearenden die wachten op de volgende ‘meals on wheels’ laten zien dat uitstraling en werkelijkheid ietwat uit elkaar kunnen liggen. Een kalkoen (ook een echte Amerikaanse vogel) schijnt veel dapperder te zijn. Maar hoe serieus wordt je genomen met een kalkoen in je wapenschild?

Er valt iets op als je de huidige zeearendleefgebieden in Nederland bekijkt. Inderdaad, allemaal zoetwatergebieden. Waarom dan de naam zééarend? De meest waarschijnlijke verklaring is dat onze naam zeearend een (te) letterlijke vertaling is van het Duitse Seeadler. Want Duitsers en Nederlanders draaien de betekenissen van zee en meer om: “s(z)ee” is “meer” en “meer” is “z(s)ee”. Je verzint het niet.

Om het nog iets verwarrender te maken: In Noorwegen is de zeearend overwegend wel een zoutwaterroofvogel. Daar heet hij/zij havørn. En dat betekent zowaar gewoon zeearend. Daar lijken ze ook meer te vliegen: het dieet aldaar van vis en zeevogels en weinig aas maakt dat ze geregeld de lucht in moeten om te kunnen eten. Een boottochtje rond één van de vogeleilanden langs de Noorse kust geeft een gerede kans op een fantastisch zeearendspektakel.

Er zit nog iets in het woord seeadler: adler. “Adler” betekent “arend”. De in Nederland ook wel gehoorde term “adelaar” is in feite een germanisme. In de naamgeving van grote roofvogels komt deze term niet voor, er wordt altijd gesproken over “arend” (zeearend, steenarend, slangenarend, etc.). Van welke vogel het stadion van Go Ahead Eagles (de Adelaarshorst) het nest is, blijft dus een raadsel. De zeearend waar ze in Deventer bij thuiswedstrijden mee vliegen is een Amerikaanse, te herkennen aan de witte kop. En die broedt echt niet in Nederland.

Als de zeearend in het nieuws is, en in de komkommertijd gebeurt dat de laatste jaren geregeld, hoor je bijna altijd de toevoeging “…die ook wel vliegende deur wordt genoemd.” Nou, ik heb nog nooit iemand horen roepen “Hé, kijk, een vliegende deur” terwijl hij/zij enthousiast naar een zeearend wees. Wat bedoeld wordt is dat de zeearend in vlucht qua formaat wel wat weg heeft van een deur: rechthoekig, globaal 2 meter lang en 1 meter breed. Een vliegende deur dus. Maar zo wordt de zeearend dus niet genoemd. Dus nieuwslezers en aanverwanten: ophouden met dat vreselijke foutief gebruikte cliché.

De zeearend, mooi dat ie weer terug is in Nederland. Ga naar één van de genoemde gebieden toe, neem een kijker en veel geduld mee en beleef dan met enig geluk ruim 2m2 van gelukzaligheid. Want dat biedt een vliegende zeearend.


Zeearend in het Lauwersmeergebied

Avatar
Kees Schoon

Natuurbelever en ecologisch hobbyboer. Streeft naar duurzamer en aangenaam leven.

Geen reactie's

Geef een reactie